Op school

OpenDoor op school 3: wat vindt het onderwijs?

Stichting OpenDoor werkt inmiddels op 22 scholen in heel Zuidwest-Nederland. De aanpak slaat aan. Wat is de sleutel achter dat succes? Journalist Tim van Boxtel liep mee in Breda en Bergen op Zoom. Vandaag deel drie van dit drieluik, waarin we onderwijsmanager Rogier Raeijmaekers spreken over de samenwerking met OpenDoor.

Deur staat open

Rogier Raeijmaekers is onderwijsmanager van de internationale schakelklas van Curio in Breda. Hij is niet het standaard type leidinggevende op een school. Zo staat zijn deur letterlijk altijd open en krijgt iedere leerling een boks. “Het gaat bij deze doelgroep om escalatie voorkomen in plaats van afwachten. Dat doe je door ze liefde, aandacht en zorgzaamheid te bieden. Ze een rustige plek te geven, mee te bewegen. Gaat het niet lekker met iemand? Dan moet je dat zien. Na drie tot vier weken ken ik alle leerlingen, zie ik wie hier niet hoort te zijn en herken ik afwijkend gedrag.”
 

Mensensmokkel

Hij werkt inmiddels al jarenlang met de alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV). “Het mooie aan deze doelgroep is: what you see is what you get. Je weet dat ze allemaal een schrijnend verhaal hebben. Niemand kwam rustig met het vliegtuig op Schiphol aan. Het zijn Syrische, Turkse, Ethiopische, Eritrese, Somalische of Sudanese kinderen, die bijvoorbeeld via mensensmokkelaars naar Nederland zijn gevlucht. Ze maakten onderweg van alles mee, zijn bijvoorbeeld in Libië tegengehouden en in de woestijn gedropt.”
 

 
De leerlingen, zo’n 130 tot 140 jongens, verblijven in het Gr8 Hotel Oosterhout of de Koepel in Breda. Ze wachten op een gesprek met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), verkeren in onzekerheid over of ze in Nederland mogen blijven. “Sommigen wachten al sinds juni vorig jaar.”
 

Nog nooit naar school

Ze krijgen in Breda vakken als Nederlands, maatschappij en burgerschap, culturele kunstzinnige vorming (CKV) en sport. “En één dag in de week praktijkonderwijs, bijvoorbeeld kookles.” Hij ziet dat de jongeren heel gemotiveerd zijn om een nieuwe start te maken, maar dat het voor sommigen ook lastig is om na hun vlucht naar school te gaan. “Als iemand wat onrustig in de klas is, halen we hem er even uit. Ze kunnen dan bijvoorbeeld de conciërge helpen. Je vraagt ook nogal wat van ze: sommigen zijn nog nooit naar school geweest, komen na een verschrikkelijk tocht in een tijdelijke noodvoorziening te wonen en moeten opeens hele dagen lessen volgen. En ze hebben al veel stress in afwachting van het gesprek met de IND, zitten in de knoop en missen hun familie. Ze hebben niks, amper kleding om in te sporten.”
 

Wijkagent niks meer te doen

De samenwerking met Stichting OpenDoor is waardevol, vertelt Raeijmaekers. Vier jaar geleden werkte hij in Bergen op Zoom. De wijkagent moest wekelijks langskomen op de isk daar, om de rust te herstellen. “We hadden heel veel problemen met onze doelgroep. Vooral door geweld en vooral buiten de muren van de school. Het dreigde echt een keer mis te gaan. Wat als iemand een mes mee zou nemen?”
 

 
Hij zag dat de aanpak van OpenDoor, waar Achraf in het eerste deel over vertelde, aansloeg. “OpenDoor staat los van het onderwijs en de zorg, los van alle regels. Ze hebben ruimte om er te zijn. Om de leerlingen rustig, met aandacht en vanuit een positieve houding te benaderen. Ze doen dat op basis van gelijkwaardigheid. Sommige zorgverbinders van OpenDoor hebben zelf ook een turbulent leven achter de rug of een migratieachtergrond. Ook dat helpt in het contact met de leerlingen.”
 
Het inschakelen van OpenDoor wierp al snel zijn vruchten af, zag Raeijmaekers op zijn school in Bergen op Zoom. “De wijkagent had daar niks meer te doen.”
 

Eigenwijze leraren overtuigd

OpenDoor moet niet alleen de leerlingen, maar ook de leraren overtuigen, volgens Raeijmaekers. “In het begin zijn die toch wat eigenwijs. Ze merken uiteindelijk vanzelf hoe fijn het is dat iemand de klas in komt om de onrust eruit te halen, als er bijvoorbeeld een vechtpartij dreigt te ontstaan. De zorgverbinder van OpenDoor zorgt ervoor dat docenten zich op hun vak kunnen concentreren.” En spart met diezelfde docenten over situaties, de-escalaties en wisselt kennis uit met betrekking tot bijvoorbeeld verschillende culturele achtergronden.
 
Raeijmaekers voelt een klik met OpenDoor op basis van de werkwijze. “Als je met deze doelgroep wilt werken, moet je flexibel zijn en een stapje extra zetten. Ik stond laatst op zaterdag nog met een groepje medewerkers van OpenDoor een gymzaal van een andere school, die gesloopt werd, leeg te halen. We namen de basketbalnetjes en voetbaldoeltjes mee, zodat we die hier neer konden zetten. Ik weet dat ik Fouad of Achraf kan bellen als er vanavond iets aan de hand is. We lossen het dan samen op. Van dat stapje extra zijn de sportshirtjes die we samen lieten maken voor onze leerlingen ook een goed voorbeeld.”
 
Dit was deel drie van een drieluik over OpenDoor op school. Eerder sprak ik al met Achraf in Bergen op Zoom en liep ik een ochtend mee met Fouad in Breda.