‘Ik heb steeds haar eigen kracht benadrukt’
Ilse
Lot stond bepaald niet te springen om hulp toen ze zes jaar geleden bij OpenDoor kwam. “Nee, ik had al eerder hulp gehad, maar die kwam niet bij me binnen.” Ze negeerde de problemen die in haar leven speelden. “Het ging heel slecht. Ik was altijd boos. Ik begon elke keer met een opleiding, maar werd dan na drie maanden weggestuurd of stopte zelf. Ik werkte ook niet en blowde heel veel. Ik deed niks wat me gelukkig maakte. Die teleurstelling kon ik voor iedereen wegstoppen, behalve voor mijn moeder. Zij meldde me ook aan bij OpenDoor.”
De kennismaking staat haar nog helder voor de geest. Het was een intake met Bob. “De avond daarvoor had ik een feestje gehad. Ik zat als een wrak naast mijn moeder en tegenover Bob. Ik keek naar de grond met mijn capuchon over mijn hoofd en zei niks. Mijn moeder voerde het woord.” Ze weet ook nog goed hoe begeleider Khalid al snel door haar manipulatieve maniertjes, zoals ze het zelf omschrijft, heen prikte. “Als ik deed alsof ik ziek was en mijn afspraak met hem wilde afzeggen, dan kwam hij alsnog. Hij wachtte dan voor de deur. Heel irritant vond ik dat.”
Toch kreeg ze al snel respect voor hem. Ze voelde: hij ziet me écht. “Als ik dan eenmaal naar buiten kwam, gingen we een broodje halen bij de bakker. Ik ontbeet namelijk nooit. Hij hielp me daarnaast met huishoudelijke taken. Ik woonde net op mezelf en had hulp nodig bij bijvoorbeeld mijn financiën. Wat zorgde voor een klik, was dat ik merkte: hij snapt me. Als ik iets zakelijks moest regelen, dan gingen we dat meteen doen. Van uitstel kwam bij mij afstel. Ik heb van hem geleerd om alles direct te doen. Dat pas ik nu nog steeds toe.”
Ze merkte daarnaast dat de begeleider van OpenDoor de taal van de straat sprak. “Ook daardoor kreeg ik al snel heel veel respect voor hem en liet ik me helpen.” Haar ontwikkeling ging in golven, zo omschrijft ze het zelf. “Dan ging het weer even beter, maar ik kreeg ook steeds weer een terugval. Tot ik de rapcursus ging volgen bij begeleider Bram.”
Die rapcursus in de studio van OpenDoor opende haar ogen voor een nieuw perspectief. “Het was iets wat ik leuk vond én wat ik goed kon. Ik haalde daar heel veel voldoening uit. Ik wilde zo veel mogelijk schrijven, zodat ik Bram steeds weer iets nieuws kon laten horen. Ik bouwde zelfs thuis een studio en ging nummers maken. De nummers gingen over hoe ik me voelde, wat er was gebeurd. Het was een vorm van verwerking voor mij. Het deed me goed om ergens aan te beginnen en er ook goed in te zijn. Als ik terugkijk op hoe het daarvoor en daarna ging, dan is het verschil enorm.”
Ze schreef zich uiteindelijk ook in voor een muziekopleiding. “Bram werkte toen al langere tijd in de muziekindustrie. Ik kreeg van hem de bevestiging: je bent hier echt goed in, ga hiermee door.” Muziek bleek een schot in de roos. Twee jaar na de kennismaking met Bob liep ze als een ander mens voor het laatst de deur uit bij OpenDoor. “Ik werd zwanger en dat was nog even spannend, maar het ging heel goed. De hulp was niet meer nodig.”

Muziek is inmiddels haar leven. “Ik verdien nu mijn geld met muziek. Samen met OpenDoor vond ik iets waar ik blij van werd. Als dat niet was gebeurd, zou het misschien veel langer hebben geduurd voordat het beter met me ging.” Ze won vorig jaar zelfs de Grote Prijs van Breda in de categorie hiphop en trad onlangs op bij het festival Breda Barst. “Ik wil de grootste vrouwelijke hiphopartiest van Nederland worden. Dat is niet makkelijk, als vrouw word je niet snel geboekt op hiphopfestivals, maar het zou echt een droom zijn. Een droom waarmee ik hoop ook jonge meisjes te kunnen inspireren.”
Ze vergeet de begeleiding van OpenDoor niet meer. “Die is echt superbelangrijk geweest. Ze hebben me geholpen om scherp te krijgen waar ik aan kon werken in mijn leven. En daar profiteer ik nog steeds van.”