Ambulant begeleider Jacques kitesurfte samen met zo'n 300 sportievelingen 130 kilometer voor de Hartstichting. Het kitesurfen bracht hem naast plezier ook nog eens een mooie les om te delen.
“Kitesurfen is al vier jaar mijn hobby. Dit leek me een heel vet avontuur om aan mee te doen en ook nog voor het goede doel. Iedereen maakt in zijn leven wel mee dat iemand in diens omgeving iets aan zijn of haar hart krijgt. Het is dus heel mooi om daar geld voor in te zamelen”, vertelt Jacques. Iedere deelnemer moest minstens 1.000 euro ophalen om mee te mogen doen. Twee dagen voor de start hoorde Jacques pas dat de tocht definitief doorging. “We zijn afhankelijk van de wind.”
De dag begon al vroeg. “We verzamelden om 5.30 uur in Hoek van Holland. Dat was al een bijzondere ervaring. Normaal ga je nooit in het donker kitesurfen. Met 300 man stonden we onze kites gereed te maken. Het was echt een extreem vet beeld om al die kites in de lucht te zien. Op het strand reden allerlei 4×4-wagens met ons mee. Het totaalplaatje was echt heel stoer.”
Jacques stond 6 uur op zijn kitesurfboard, maar was in totaal 10,5 uur onderweg naar het eindpunt in Den Helder. Op meerdere plekken stonden stempelposten, waar deelnemers een stempel konden halen. Ook moesten ze een klein stukje met de bus meerijden om een zeehaven te passeren.
Samen haalden de kiters 420.000 euro op voor het goede doel, dat naar onderzoek naar erfelijke hartziekten gaat. Jacques zag veel emoties loskomen. Emoties vanwege de Hartstichting, vanwege de ervaringen met hartproblemen. “Dat bezorgde me kippenvel.”
Jacques voelde de tocht in zijn lichaam zitten toen hij vrijdag opstond om een talent te begeleiden. “Ik spreek er ook wel met de talenten over. Zij delen hun verhaal, andersom laat ik ook wat van mezelf zien. Dat is nodig om een vertrouwensband te creëren.” Kiten is een hobby, maar Jacques haalt er ook lessen uit. “Het klinkt misschien cliché: als er geen wind staat, kun je aan je kite trekken wat je wil, maar je komt echt niet vooruit. Als begeleider kun je ook wel willen, maar als een talent niet meewerkt, dan kom je niet vooruit. Ik heb geleerd dat ik veel meer geduld mag hebben in de begeleiding. Ik kan wel kansen zien, maar het gaat niet om mij. Het gaat om het talent. Als die nog niet wil of kan, dan moet ik een pas op de plaats maken.”
Dat vond hij in het begin, Jacques werkt inmiddels drie jaar bij OpenDoor, nog weleens lastig. Door met collega’s te sparren, leerde Jacques om geduld te hebben. “Ik ben nu drie jaar bij een jongen betrokken. Hij durfde in het begin echt niet naar buiten. Waar een boodschapje doen voor de meesten vanzelfsprekend is, was dit voor hem een grote stap. Door eerst aanwezig te zijn, aan te sluiten bij zijn interesses, creëerde ik een band. Daarna zetten we kleine stappen: denk aan een wandelingetje maken in de buurt. Vervolgens gingen we samen naar de winkel. Na een week of tien wachtte ik voor de winkel, terwijl hij alleen naar binnen ging. Deze jongen gaat nu zelfs helemaal alleen boodschappen doen, ook als ik er niet ben.”
Het gaat om het aanpassen aan het talent. “Ik kom uit een baan waarin ik jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleidde. Daar stonden de opdracht en de klant centraal en volgden die jongeren mij, in de aanpak die wij hadden. Nu is het andersom. Dat heb ik echt moeten leren.”